Gehoorverlies - wat is het?
Slechthorendheid kan voorkomen op elke leeftijd. Het kan aangeboren zijn, bijvoorbeeld door een erfelijke factor, maar slechthorendheid kan ook later ontstaan. Soms wordt het gehoor geleidelijk slechter (progressieve slechthorendheid). Ook komt het voor dat iemand plotseling slechthorend of doof wordt door een ziekte of zonder aanwijsbare oorzaak (plotsdoof). Daarnaast bestaat ouderdomsslechthorendheid, waarbij het gehoor met het ouder worden geleidelijk verslechtert. Beschadigingen in het oor zorgen voor blijvend gehoorverlies.
Er zijn verschillende vormen van gehoorverlies die ook verschillende gevolgen hebben:
- Geleidingsverlies wordt ook wel conductief gehoorverlies genoemd. Dit ontstaat als geluid niet efficiënt wordt doorgegeven van het buitenoor naar het binnenoor. Dit kan het gevolg zijn van blokkades of beschadigingen in de gehoorgang, het trommelvlies of het middenoor. Het gehoor is minder goed, vooral zachte geluiden en hoge en lage tonen.
- Perceptief gehoorverlies (of sensorineuraal gehoorverlies), treedt op wanneer het binnenoor (slakkenhuis) of de gehoorzenuw beschadigd is. Geluiden worden niet goed meer doorgegeven aan de hersenen. Daardoor hoort iemand minder en is het moeilijker om gesprekken te volgen, vooral in omgevingen met achtergrondgeluid.
- Gemengd gehoorverlies is een combinatie van geleidings- en perceptief gehoorverlies.
Perceptief gehoorverlies gaat over het algemeen niet meer over. Hulpmiddelen zoals hoortoestellen of cochleaire implantaten kunnen wel helpen om het gehoor te verbeteren en de communicatie weer makkelijker te maken.